Het begint bij het eigen fundament,
drie tips voor beginnende leidinggevenden

Marina, niet haar werkelijke naam, heeft een loopbaan als een zonnetje . Tot nu, want sinds kort wordt ze geplaagd door zorgen. Ze heeft hoofdpijn en dat had ze nooit, haar gedachten herhalen zich, ze verliest aan daadkracht. Haar eerste coachvraag formuleert ze omfloerst: ‘lastige kwesties constructief aankaarten’.

Ken jij dat? De rondcirkelende gedachten, pijntjes of klachten die je niet kent van jezelf? Ontevreden gevoelens over je eigen functioneren? Lees dan verder.

De sprong voorwaarts: van medewerker naar leidinggevende
Ze heeft gesolliciteerd bij een groot concern op een afdeling waar aan innovatieve projecten gewerkt wordt. Het werk is interessant, de collegae zijn aardig. Ze werkt hard en wanneer er een na een goed jaar een vacature langs komt voor leidinggevende van de eigen productgroep, reageert ze enthousiast. Zij wordt de leidinggevende van haar collegae. Ook van de twee collegae die ook solliciteerden en het niet zijn geworden.

Wat niet in de functiebeschrijving staat.
Al vrij snel blijkt leidinggeven niet alleen maar leuk: overdag zijn er enorm veel vragen om op te reageren, zijn er overleggen waar ze verwacht wordt.  Een groot deel van de nieuwe taken blijven liggen tot iedereen weg is en de rust weerkeert. Gevolg: ze gaat laat weg of ze neemt werk mee naar huis. Dat is niet goed voor haar & het is ook niet goed voor de liefde.

Tijdsdruk & Spanningen
Na een paar maanden ervaart ze op allerlei manieren tijdsdruk en spanningen. Het werk afronden: op het werk of thuis? Het reizen, het vroege opstaan. Op het werk doen zich kleine ‘dingen’ voor:

  • Ze krijgt geen terugkoppeling van een collega die ook op haar functie gesolliciteerd had, ook niet na meermaals vragen.
  • Diezelfde collega staat nu en dan bij de koffiemachine te lachen met een andere collega, komt Marina in de buurt: stilte.
  • Ondanks herhaalde afspraken wordt een bepaald werkproces niet beschreven en wat er wel wordt genoteerd is zo abstract dat een nieuwe medewerker er geen snars van begrijpt.
  • Ze gaat het gesprek aan over het werkproces, hoort alleen bezwaren.

Ze heeft geprobeerd het gesprek aan te gaan; ze heeft haar beste overtuigingskracht ingezet maar het lijkt of ze tegen dovemans oren praat. Verschillende gesprekken hebben nog geen verbetering opgeleverd, het resultaat is er niet en de relatie wordt er niet beter op.

Coach gezocht.

Ongelukkig en ontevreden besluit ze een coach te zoeken en nu zit ze bij mij op de bank: met hoofdpijn, bleek en dapper glimlachend. Ze wil te weten komen of ze dit wel kan en hoe dan. Ze denkt dat iets assertiever worden belangrijk is. En hoe houdt ze dat veel te vele werk een beetje binnen de perken? Ze werkt ’s avonds en zelfs in het weekend. En als ze niet werkt, is ze gespannen omdat er nog zoveel ligt. Haar lief heeft er al een paar keer wat over gezegd.

Hoofd- en hartenpijn: wat is de oorzaak

We verkennen de situatie nader en daar zijn ze: gedachten die belemmeren, klemzetten. Gedachten die angsten voeden, die opjagen.
De vraag of ze dit wel kan, is geen onschuldige vraag en cirkelt te pas en te onpas in haar gedachten. In haar hoofd is het al een stelling: “Jij kunt dit niet”, “Je bakt er niks van”. “Waarom laat je die opmerking passeren? Je durft niet he?!”  Gevolgd door: “Oh help, ik moet ook die presentatie nog voorbereiden. Ik ben op, hoe moet dát dan?”

Ze huilt.  En schaamt zich daarvoor.
Met warmte, een kopje thee en een beetje lichtvoetigheid komt er een lachje tussen de tranen door.

Delen helpt afstand nemen

Je ellende delen met een ander geeft vrijwel altijd lucht.  Zolang je gedachten in rondjes draaien nemen tranen en sombere voorspellingen alle ruimte in. Door te praten zet je als het ware de ramen open: de druk vermindert. Er ontstaat innerlijke meer ruimte, ze neemt wat afstand en dat alleen al leidt tot andere gedachten. Misschien is het niet zo raar wat ze meemaakt. De pijn niet, de onzekerheid niet en wie weet… is de situatie niet hopeloos.

De eerste drie stappen naar ‘zelf regie nemen’
We maken een plan bestaande uit drie acties die op korte termijn nodig zijn:

  1. De eerste is: slapen. We spreken af dat ze er alles aan gaat doen om aan 8 uren te komen en het lichaam en de geest kans te geven zich te herstellen. Een nieuwe positie kost extra energie en dubbel zoveel als de omstandigheden tegenwerken, zoals bij haar. Meer geslapen hebben, maakt fysiek fitter, het maakt weerbaarder tegen piekeren!
  2. Hoe spannend ook, het gesprek aangaan met die ene collega en aangeven dat ze haar gedrag niet alleen onprettig vindt maar ook onacceptabel. En hoe ze dit samen kunnen oplossen.
  3. Kritisch naar haar werkzaamheden kijken: wat hoort bij haar taken en verantwoordelijkheden en wat mag ze loslaten en delegeren.

Marina gaat daadwerkelijk het gesprek aan. Hoe bijzonder: de spanning blijkt bij beide te leven evenals de behoefte om ‘gewoon’ met elkaar om te gaan.  Niet alles is meteen opgelost, begrijp ik: het gesprek is nu vooral gegaan over hoe naar ze deze periode hebben gevonden en wat ze over en weer verkeerd begrepen hebben. Marina mailt het in woorden waar de opluchting vanaf te lezen valt.  Ze wil graag nog een poosje door met de coaching en haar belangrijkste wens nu is: ‘mijn rol professioneel innemen, meer afstand nemen en zaken minder persoonlijk te nemen. En sneller in actie komen als er iets niet lekker zit’.