Afgelopen november was het 10 jaar geleden dat ik tijdens mijn dagelijkse ochtendloop langs de Singel werd aangerand. Ik liep iedere ochtend in alle vroegte mijn rondje, genietend van de stilte, de natuur in haar voortdurende verscheidenheid. Iedere ochtend waren er weer verrassend veel mensen vroeg op pad: honden uitlaten, sigaretjes roken en een enkele loper.

Op die ene ochtend was ik aan het begin van het pad een man tegengekomen. Een man die een nerveuze indruk maakte en om een vuurtje vroeg. Vreemde vraag vond ik het, om aan een sporter te stellen en nee, ik had dus geen vuurtje. Die ochtend waren er opmerkelijk weinig mensen. Het  was mistig en het was stil. Slechts een stel jongelui zag ik een hond uitlaten.

Ruim een kilometer na de ontmoeting met de man, hoor ik dat er iemand achter me aan komt hollen en meteen voel ik spanning en angst: alsof het kwaad me inhaalt; iets donkers, dreigends. Ik ga sneller lopen, wil weg en naar de straat. Hij, de man van de vraag, verspert me de weg en dreigt onmiddellijk dat hij ‘nare dingen gaat doen’ en dat het erger wordt als ik schreeuw.  Ik wil hem opzij duwen en we raken in gevecht, ik krijg een lelijk pak slaag en raak behoorlijk gewond. Ik schreeuw wel. Nadat hij een tand uit mijn mond slaat, val ik achterover. Ik krabbel op en schreeuw ik weer. Hij gaat er vandoor, scheldend en wel.

Deze ervaring heeft een enorme impact op mijn leven gehad. De wonden moesten genezen, fysiek, maar ook die andere wonden: emotioneel en mentaal. Dat is een verhaal op zich want ik “was er niet meer”; iets essentieels in mij was verdwenen.  Lopen? Het eerste jaar liep ik alleen met anderen. En als ik al eens ergens alleen liep omdat er bijvoorbeeld boodschappen gedaan moesten worden: een man alleen was voldoende om paniek te voelen. Het duurde een paar jaar voor ik weer alleen ging wandelen en dan koos ik bij voorkeur de drukste momenten op een dag: dat er maar mensen om me heen zouden zijn. Langzaamaan zocht ik de stillere uren weer op. De stillere omgevingen ook. Maar altijd met alertheid.

Terug naar deze week: Alleen.  Een weiland waar je van twee kanten in kunt. Aan mijn kant had geen andere auto gestaan. Ik keek om me heen keek en genoot van het uitzicht. Ik genoot van de kleuren van het licht en hoorde het geluid van diverse weidevogels. En ik besefte ineens dat ik volledig ontspannen was. Ontspannen. Ik kan niet beschrijven hoe gelukkig ik me voelde en weer, wanneer ik het nu opschrijf. Geen angst, geen spanning, niets.

Het voelt als een wonder waar ik intens dankbaar voor ben.  Lopen langs de Singel doe ik alweer vaker, een enkele keer ’s morgens. Maar meestal met attente ogen en oren, en bij twijfel wijk ik onmiddellijk uit naar de weg.
Deze ervaring, geluk voelen, is grote winst, een sprong voorwaarts.