Inspirerend op televisie

Misschien ken je het programma: undercover boss, misschien niet daarom even een korte toelichting.  De eigenaar van een organisatie verandert het uiterlijk en gaat incognito aan het werk in zijn/haar eigen bedrijf. Meestal vervult iemand een aantal functies gedurende een week en zo krijgt de eigenaar een breed beeld over de eigen organisatie en vooral informatie over hoe bepaalde regels en gebruiken uitpakken in de praktijk; ervaart welke materialen effectief zijn of juist extra werklast veroorzaken; hoe makkelijk of moeilijk bepaalde werkzaamheden zijn. Daarnaast maakt hij/zij kennis met een aantal werknemers en vrijwel altijd zijn dat betrokken mensen die zich met hart en ziel inzetten. Dat resulteert in een kennismaking na afloop van het avontuur, waarna die werknemers op de een of de andere wijze beloond worden.

Wat mij boeit en raakt, zijn de ontmoetingen tussen werknemer en eigenaar. Het is mooi om  te zien hoe oprechte aandacht van de chef voor de medewerker tot openheid leidt. Medewerkers vertellen veel, over het werk, over het werk en over zichzelf. Mooie intieme inkijkjes krijgen we in de levens van mensen. Dat doet het hart goed. En wat ik stilletjes denk: Was een dergelijke aandacht er regelmatig! Dat zou zoveel mensen goed doen! Aandacht voor wie zij nog meer zijn; voor wat hen bezighoudt en hoe ze in werk en leven staan.
In trainingen leiderschap en persoonlijke ontwikkeling vormt dat het hart van de training: oprechte aandacht geven aan degene met wie je in gesprek bent. Nieuwsgierig zijn

De andere kernachtige boodschap die onvermijdelijk langs komt betreft de regels en ideeën die in een kantooromgeving bedacht zijn en die in de praktijk iets minder fraai uitpakken dan bedacht. Dat varieert van administratieve procedures tot en met materialen die (te) complex in elkaar zitten. Het wat doet er niet zo toe, waar het om gaat is dat er medewerkers in een organisatie zijn die procedures dan wel materialen uitdenken – met de beste bedoelingen ter wereld vermoedelijk – zonder de uiteindelijke gebruiker tijdig te betrekken, namelijk tijdens het bedenken, het ontwerpen.  Dat inzicht herinnerde me aan een uitspraak van Paul Fentener van Vlissingen uit ‘Ondernemers zijn ezels’: een keer per jaar organiseerde hij een overleg met afdelingsleiders en vroeg hen alle procedures/formulieren mee te nemen waarvan zij zich in alle ernst afvroegen voor wie of wat ze dat invulden of uitvoerden. De formulieren waar niemand een duidelijk verhaal over had, gingen direct door de papier vernietiger. Ik meen me te herinneren dat er jaarlijks zo’n 30% van de formulieren/procedures werden opgeheven en natuurlijk ontstonden er weer nieuwe regels en lijstjes. Onze zucht naar controle laat zich niet zo eenvoudig temmen 😊 Echter: al met al werd er jaarlijks getoetst hoe intentie en resultaat zich tot elkaar verhouden.